Tagarchief: Goden

Twee strijdgenoten

Twee strijdgenoten
De speer en het zwaard

Inleiding
Het grove beeld van de oude Germanen is dat zij nogal van strijd genoten. Nu is een prototype zelden geheel waar. Echter, zij slaat ook zelden de plank geheel en al mis. Van de Germanen zelf, noch van tegenwoordige aanhangers van asatru, zal ik wat dit betreft iets zeggen, maar toch lijkt één ding helder. Gezien de verhalen konden hun asen, wanen, dwergen, reuzen en andere wezens, onze goden, zeker van de strijd te genieten. Toch worden twee specifiek genoemd als oorlogsgod: Tiwaz en Wodan, ofwel Tyr en Odin (oudnoorse namen).1 Daarom zijn zij in dit stuk onze strijdgenoten.
De ondertitel ‘De speer en het zwaard’ heb ik gebruikt omdat beide wapens gehanteerd werden door de Germanen in de tijd die ik beschrijf, van zo’n 500 v.o.j. tot halverwege de middeleeuwen. Zeker in het begin van deze tijdsspanne werden speren vaker gebruikt dan zwaarden. Met de speer verwijs ik naar Wodan (Odin), die volgens Otten bijna altijd met zijn speer verschijnt (aantekeningen bij Sigdrífumál).2 Het zwaard verwijst voor mij naar Tiwaz (Tyr); in dezelfde aantekeningen wordt Tyr aangeduid als de god van het zwaard.2 Maar zo eenduidig is het niet altijd. De speer wordt ook in verband met Tiwaz gebracht. Het centrum van het ding, waar Tiwaz heerst, werd gemarkeerd met de speer.3 En in de Edda wordt Wodans zwaard Brimir, Rinkinker, beschreven.2 De titel heb ik zo gekozen omdat, hoewel zij verschillen, beide oorlogsgoden niet altijd uit elkaar te houden zijn. Bij voorbeeld niet als je hun bestaan, of cultus, afleidt uit archeologische vondsten of beschrijvingen uit Romeinse en Griekse bronnen. Ook in mijn eigen ervaring kan ik soms niet goed onderscheid tussen beiden maken, alhoewel zij sterk verschillend op mij overkomen.

Strijd
Op grond waarvan worden Tiwaz en Wodan als strijdgoden beschouwd? In de vroege heidense periode, ruim rond jaartelling, is het Tiwaz die door de Romeinen wordt vereenzelvigd met Mars, hun oorlogsgod.1 Tiwaz wordt door hen als de oorlogsgod van de Germanen aangeduid. Zo wordt hij geëerd met een votiefaltaar door soldaten uit Friesland in het Romeinse leger, waarop hij Mars Thingsus wordt genoemd.1 Ter Tiwaz’ eer zouden zwaarden worden gehanteerd en geofferd.1 Tyr zou dezelfde kunnen zijn geweest als Saxnot, dat waarschijnlijk is afgeleid van ‘Sahsginot’, ofwel zwaardgenoot. Het kan zijn dat deze eenhandige ase is afgebeeld op Scandinavische bronstijd-rotstekeningen,3 hier als iemand met één hand en een zwaard omgegord (eerste plaatje, Vitlyckemuseum).twee_strijdgenoten_afb_2 Later, in de Edda’s en sagen die halverwege de middeleeuwen vooral in IJsland werden opgetekend, treedt Odin veelvuldig als legergod en overwinningsschenker op.1;2;4 De eerste oorlog wordt door hem ontketend als hij zijn spies over het vijandelijke leger werpt (Völuspá).2 In Grimnismál stelt hij zich onder andere voor als “Heervader, de glorieuze, aan oorlog gewend” en als “de Doder op het slagveld”. Speerzwaaier is een andere naam die hij voert (Sigdrífumál aant).1;2 Misschien is hij reeds op een andere Scandinavische rotstekening uit de bronstijd verbeeld,3 zoals deze andere afbeelding van het zweedse Vitlyckemuseum (tweede plaatje).
Bij hen beiden kon je dus terecht voor hulp de overwinning in de strijd te verkrijgen. Snorri meldt ons dat Tyr de macht heeft over de strijdzege.4 Hoe dat concreet te regelen, vertelt de walkure Sigdrifa in het lied Sigdrífumal.2 Zij raadt haar geliefde Sigurd aan de zege te verkrijgen door zijn zwaard aan Tyr te wijden:
Leer runen de zege als je zege begeert,
Rits ze op het gevest van je zwaard,
Sommige in de bloedgeul, sommige op de kling,
Roep Tyr tweemaal aan.

Ook aan Odin offert men in sagen voor overwinning.5 ‘Sigtýr’, Zegegod, werd hij genoemd (Atlakvidha in Groenlenzka, aant).2 Met zijn speer Gungnir beslist Odin de uikomst van de strijd.6 Zelfs Frigg, Wodans gemalin, wist gebruik te maken van Wodans macht de overwinning te schenken. In het zevende eeuwse Origo Gentis Langobardorum staat beschreven hoe Frigg een list verzint opdat Wodan de zege aan haar favoriete stam de Longobarden toekent.7
De strijdlust die beide heren aan de dag leggen, heeft echter een weerslag. Geen van beiden schijnt erg goed te zijn voor het in stand houden van de lieve vrede: In Loki’s scheldpartij, verwijt Loki Tyr: “Nooit hield door jouw toedoen tussen twee wezens de vrede stand” (Lokasenna).2 In de Gylfaginning wordt nog eens herhaald dat hij geen vredestichter is.4 Sommige bijnamen van Wodan spreken ook boekdelen, zoals ‘Opstoker’ (Grimnísmal) en ‘Twister’ (Vafthrudknismal).2
Bij het lezen van Romeinse verhalen over volgers van zowel Tiwaz als Wodan, valt mij op dat verregaande offers tegenover grootse gunsten lijken te staan. Hiervan getuigt de anecdote die Tacitus in de Romeinse tijd opschreef overtwee_strijdgenoten_afb_1 twee Germaanse stammen, de Chatti en de Hermunduri.1;6;8 Deze waren verwikkeld in een strijd over een zeer belangrijk gebied. Het bevatte een zoutmijn, dat in die tijd economisch uiterst interessant was, en een heilig stuk grond. Beide partijen wilden zo graag winnen dat zij Mars (Tiwaz wordt hiermee bedoeld) en Mercurius (lees: Wodan) het gehele verslagen leger als offer toezegden, indien de overwinning hen ten deel zou vallen. Dit kwam erop neer dat niemand in leven werd gehouden, alle paarden werden gedood, alle wapens en wapenuitrusting werd vernield en de kostbaarheden werden weggedaan; niets van de buit bleef over voor de overwinnaars, behalve het stuk grond. Na de zege hebben de Hermundari deze belofte gestand gedaan.
Toch verschillen Wodan en Tiwaz in hun strijdvaardigheid: Terwijl de ene een uitzinnige vechtstijl heeft, lijkt de andere een gedisciplineerde vechter. HR Ellis Davidson noemt Wodan meermalen ecstatisch.1;6 Deze buitenzinnige kant van Wodan komt eveneens naar voren in Blains boek.9 De 11e eeuwse monnik Adam van Bremen zei het kort en bondig: “Wodan, id est furor,” Wodan is woede.1 Hij zet aan tot buitenzinnigheid in de strijd en is leider van de berserkers, volgelingen van Odin die zichzelf in de strijd lijken te verliezen en gevreesd waren om de ravage die ze konden aanrichten. Tiwaz daarentegen komt juist beheersend over. Tacitus beschrijft de Semnonen, een Germaanse stam, die waarschijnlijk Tiwaz als belangrijkste god hadden.1;6 De jaarlijkse offerplechtigheden vonden plaats in een heilig woud, dat de stamleden alleen met een koord gebonden mochten betreden.10 Dit zou zijn “om macht van de god te benadrukken om zijn volgelingen te binden, zoals Tyr de wolf bond.”1

Meer dan strijdlust
Behalve de strijdlust, vallen er ook andere dingen te vertellen over de strijdgenoten. Laat ik iets vertellen over wat er op te maken is over hun karakter.
Wijsheid. De eerste aan wie de meesten zullen denken bij dit woord is natuurlijk Wodan. De raad die hij ons geeft in de Hávámál is welsprekend en wijs.2 Veel heeft hij ervoor over om wijsheid en kennis te verkrijgen. Zoals de keer dat hij een oog gaf, opdat hij een slok uit de bron van Mimir kon nemen om wijsheid en begrip te verkrijgen.4 Kennis probeert hij ook te vergaren door zich met de zeer wijze reus te meten (Vafthrudhnismal).2 Wodan won. Maar, minder bekend: Tyr was zo wijs, dat de wijste mens spreekwoordelijk Tyr-oordeelkundig werd genoemd.4
Door gebrek aan overgeleverde verhalen is het lastig een volledig beeld te vormen van Tiwaz. Van Wodan is het beeld niet erg helder. Alhoewel in de overgeleverde verhalen uitgebreid wordt verteld over Odin, komt hierin een complex karakter naar voren. Toch lijken beide karakters sterk te verschillen.1 Bondig en vriendelijk gezegd: Tyr staat voor wet en recht, Wodan is wijs en listig.
Er vallen meer eigenschappen op. Wodan is zeer spraakzaam: de ‘Roeper’ of ‘Prevelaar’, vertelt in de Hávámál van zichzelf hoe hij Suttung de felbegeerde mede probeert te ontfutselen: “Met een vloed van woorden bepleitte in mijn zaak in Zwalkers hal.”2 De ansuz-rune wordt toegeschreven aan de Alvader in een IJslandse runedicht en wordt beschreven als spraakrune in een Angelsaksisch runedicht, zie de tabel hieronder voor de oorspronkelijke teksten en de vertalingen naar Paxson:5
IJslands runedicht          Vertaling volgens Paxson5
‘A’ [óss] er aldingautr      Ase is de oudevader (Odin)
ok asgardhs jofurr            en Asgaards opperhoofd
ok valhallar visi                en Walhalla’s leider.

Angelsaksich runedicht                                  Vertaling volgens Paxson5
‘A’ [Os] byth ordfruma aelcre spraece,     Mond is de opperste van alle spraak,
wisdomes wrathu ond witena frofur,       hoeksteen van de wijsheid en het gerief van de wijzen,
and eorla gehwam eadnys ond tohiht.     voor elke edele hoop en geluk.

Tiwaz, daarentegen, lijkt een zwijgzame ase. In ieder geval in de Lied en Proza Edda spreekt hij zelden.2;4 Afgezien van de Lokasenna, schijnen zijn daden meer gewicht te hebben, al zijn ook die weinig beschreven. Hij heeft een aandeel in het ‘halen’ van de ketel van Hymir. Hiermee kon Aegir bier voor de goden brouwen, die daarna iedere winter bij hem konden gaan bier drinken (Hymiskvidha).2 Verder voedde Tyr de angstaanjagende Fenrir. Door Tyrs toedoen, niet door zijn woorden, was het dat Fenrir kon worden vastgebonden.4
De kunst te verleiden bestaat in verscheidene maten. Wodan moet hierin uitmuntend zijn, vandaar misschien ook wel de bijnaam ‘Verleider’.2 In de Havamál wordt verteld dat hij de reuzin Gunnlöd weet te verleiden waarna hij haar vaders mede kan stelen.2 Tyr schijnt andere kwaliteiten te hebben. In de Lokasenna is hij Loki’s mikpunt van spot, omdat Tyrs vrouw een kind kreeg van Loki, zonder dat Tyr daarvoor genoegdoening krijgt (Lokasenna).
Maar dankzij zijn daden is hij, volgens de Gylfaginning, de stoutmoedigste der asen, een man van stavast.4 Iemand die niet wankelt noemde men daarom ‘tyr-moedig’.
Angst aanjagen zou Wodan best kunnen denk ik. Verscheidene malen wordt aan hem gerefereerd als doodsgod.1;9 Dat verbaast mij niet van iemand die ‘God van de gehangenen’ wordt genoemd4 en die, door zich te verhangen en met een speer te doorboren, zichzelf aan zichzelf heeft geofferd (Hávámál).2 Dapperen die in de strijd vallen worden verwelkomd in Walhalla, Odins hal.2 Van de tijd vóór de op schrift stelling van de Edda is een vrij groot aantal (veen)lijken gevonden met koord om nek en/of met sporen van verwurging of die doorboord waren met een speer.6;11;12 Algemeen gaat men ervanuit dat deze toebehoren aan Wodan.1;3;6 Zeker de populier heeft Wodan wat griezelig gevonden, althans volgens een Vlaams rijmpje dat verklaart waarom deze boomsoort altijd beeft:13 ‘Wodan en Loge, de groote Goden van ’t oude Germanje, trokken eens door ’t woud. Alles boog vol eerbied en ontzag voor hen neer, waar zij ook kwamen en gingen. Een boom, één alleen, boog zich niet. ’t Was de poppel. Wodan schoot in woede: “Hoogmoedige poppel,” riep hij, waarom buigt ge nu niet voor mij, gelijk al de andere bomen en heesters van ’t woud?” De boom beefde bij de woorden en wilde zich neerbuigen voor den opperste Meester, maar Wodan hernam met een nog schrikkelijker stem: “Neen, ik wil niet meer dat gij voor mij neerbuigt, beven zult gij voortaan, beven en blijven beven, vol schrik, … Zelfs als een nietig windeken slechts even den kop zal opsteken…’ Dat is de reden dat populiereblaadjes reeds ruisen bij het minste zuchtje wind. Zelfs de poppel heeft Wodan waarschijnlijk, net als in de Edda, Yggr, de Verschrikkelijke, genoemd.2

Offers
Beide beide asen vind ik iets gruwelijks meedragen. Ik denk dan aan de offers in de brons-, ijzer- en Romeinse tijd. De Semnonen die jaarlijks Tiwaz groots zouden hebben geëerd, luisterden deze riten op met mensenoffers.1;6;10 Vaak kan men op grond van archeologische vondsten (lijken, veenlijken) zien of mensen moedwillig en door geweld om het leven zijn gekomen, ofwel ‘geslacht’ zijn.12 Men kan zelfs dikwijls afleiden of dit ritueel is geschiedt. Maar zeer lastig is het te achterhalen of het pure mensenoffers betreffen, terechtstellingen of een combinatie van beide. In ieder geval denk ik dat terechtstellingen vaak ook ritueel waren. Volgens Tacitus hadden alleen de ‘priesters’* van het ding het recht te straffen en van gerechtelijke moord.10 Ook in legers werden volgens hem tuchtmaatregelen alleen voltrokken door ‘priesters’*, omdat dit een bevel zou zijn van de god die de strijders in de oorlog bijstaat. Tiwaz was zowel de dinggod als de oorlogsgod. Nu over naar de ‘God van de gehangenen’. Behalve de hierboven beschreven veenlijken, hebben wij ook een sage die eenzelfde mensenoffer aan Wodan beschrijft. In de Gautreks sage belooft Vikarr Odin zichzelf aan hem te offeren door zich op te hangen en met een speer te verwonden.3 Vervolgens probeert hij Odin op te lichten door een strop van darm aan een jong boompje en een jonge twijg als speer te gebruiken. Echter, hij wordt zelf belazerd doordat de strop stug wordt, het boompje bliksemsnel groeit en naar boven schiet en het twijgje in een speer verandert.
Ook in de mythen geven Odin en Tyr ons een goed voorbeeld van ‘do not try this at home.’ Beiden offeren zichzelf op een akelige manier. Zo denk ik aan de mythe over Yggr (Wodan), die verhaalt hoe hij zichzelf met een speer doorboort en zich aan een boom ophangt.2 Ik vind het afgrijselijk, maar ook zeer intrigerend, omdat hij dit doet om de runen te verkrijgen. En daar hebben wij wat aan. Evengoed vind ik het verhaal van Tyr en Fenrir weerzinwekkend. Toen Fenrir bij de asen werd opgenomen, was Tyr als enige bereid hem te voeden.4 Maar Fenrir zou te groot en te gevaarlijk worden, dus besloten de asen dat hij vastgebonden moest worden. Fenrir voelde daar natuurlijk niets voor en eiste een waarborg tegen een list, wat het overigens ook was. Als onderpand legde Tyr zijn beste hand in de wolvebek. De list kwam uit, Fenrir werd gebonden, Tyr verloor zijn zwaardhand en de veiligheid van de wereld was voorlopig geborgen. Hij verloor tevens zijn waardigheid, omdat plegers van meineed hun hand verloren (maar dat kan ook een middeleeuws gebruik zijn geweest). Het weerzinwekkende vind ik de breuk van vertrouwen, de schande die voor ieder zichtbaar is en het vrijwillig opgeven van je eigen hand. Ik bewonder handen. Toch bewonder ik Tyr ook: Tyr is de enige die bereid is te doen wat gedaan moet worden, twee keer zelfs in het verhaal, en voor de publieke schande op te draaien. Kortom, ze hebben wat gruwelijkheid in offers gemeen. Voor beide offerverhalen geldt: goed voorbeeld doet, hopelijk, niet altijd goed volgen.
Ik heb wel eens meningen gelezen die de verschillen tussen beide offers aanzetten. Soms wordt gezegd dat Wodans actie egocentrisch is en Tyrs offer altruïstisch. Ik ben het daar niet geheel mee eens. Wij plukken de vruchten van Yggrs wat maniakaal aandoende, maar zeer lucratieve stunt. Hij loopt het risico, krijgt er wat voor terug, maar de runen (en opgedane wijsheid) deelt hij vervolgens met ons. Daar staat hij om bekend en ik ben hem daar dankbaar voor. Anderzijds doet Tyr iets wat menigen graag willen dat gedaan wordt, maar alsjeblieft niet door henzelf. Natuurlijk is dat nobel. Maar met beide dwingende acties legt hij zijn normen op: aan Fenrir en aan de gemeenschap. Zoals ik in Geweten (op deze site onder ‘Langhuis’) beschrijf, is dat niet louter altruïstisch. Fenrir wordt dubbel aan de band gelegd: Het voeden noemde ik hierboven dwingend omdat de wolf geen echte keuze heeft het eten van hem aan te nemen, hij is immers opgenomen bij de asen. Het voeden legt volgens mij een niet te verbreken band van Fenrir naar Tyr van afhankelijkheid, schuld en dankbaarheid. Of de voorbeelden nu verhalen van zelfoffering of zelfopoffering, kan ik daarom niet onderscheiden.

Om eerlijk te zijn
Ondanks de gruwelijkheden die ik met de nodige sensatiezucht heb opgehaald, hebben zowel Tiwaz als Wodan een belangrijke functie gehad voor hun samenlevingen. Nog steeds is in de noordwesteuropese talen de dinsdag naar Tiwaz en de woensdag naar Wodan vernoemd. Ik neem aan dat zij de stammen veel hebben gegeven om deze eer verdiend te hebben.
Tyr, de dinggod, houdt de samenleving heel door op de regels toe te zien, recht te handhaven en over de dingvrede te waken. Als afgeleide stel ik mij voor dat hij ons derhalve ook kan bijstaan in zien, herkennen en doen wat juist is. Ik verwijs tevens naar ‘De dingvrede’ door Aswulf, onder ‘Trouw aan de asen’, onder ‘Yggdrasils wortels.’ Ook Frey verwijst in de Lokasenna naar de beschermende functie van Tyr.2 Alhoewel Frey doelt op Tyrs rol als binder van de verscheurende wolf, denk ik ook aan zijn macht de verscheurende krachten in de samenleving middels wet en recht aan banden te leggen. Ook denk ik aan jezelf aan banden leggen, de zelfbeheersing. Niet alleen personen kan men beheersen maar ook zaken, kennis en vaardigheden.
En alhoewel ik uitgebreid en gretig over Wodans morbide trekjes heb verteld, is hij ook een heler, zoals beschreven in de Merseburger spreuken. Hierover staat meer in het artikel van dezelfde naam, van de hand van Aswulf, dat later op deze website zal verschijnen onder ‘Langhuis.’ Odin brengt niet alleen wijsheid en kennis en runen,2 maar ook inspiratie. Net zoals zijn raven Huginn (Zin) en Muninn (Verstand) de wereld invliegen om daarna naar hem terug te keren om hem berichten in te fluisteren,2 stel ik mij voor dat hij, die zelf de wereld is rondgezworven, ons kan influisteren. De opperste vorm van inspiratie is, denk ik, seidhr. Hoewel Wodan daar een meester in is, kan zijn lerares Freya ons daar misschien nog meer over vertellen.2;9

Om nog persoonlijker af te sluiten: Wodan vind ik intrigerend, veranderlijk en hij maakt mij nieuwsgierig. Hem zou ik om hulp vragen bij het schrijven van stukken die ik lastig vind. Ik denk aan hulp in de trant van: “Je kunt het zó bekijken, maar ook zó”. Tiwaz vind ik eerlijk, degelijk en helder. Als ik dat zou doen, zou ik bij Tiwaz zou ik een eed zweren. Bij hem denk ik aan: “Als iets zo is, dan is het ook zo”. Beiden zou ik om hulp vragen als ik op zoek ben naar de waarheid – de ene vertrouw ik meer en richt volgens mij meer, de andere lijkt mij creatiever en spraakzamer. Beiden zou ik te hulp vragen als het tijd is iets te bereiken of voor mijzelf of mijn dierbaren op te komen. Daarentegen versta de ene ik beter (of ‘spreekt’ hij beter?), terwijl de ander mij dieper in mijn kern raakt (of laat ik deze verder toe?). De waarheid zal aan beide kanten liggen.

* Tegenwoordig wordt aangenomen dat de Germanen geen priesters hadden zoals wij of de Romeinen die kenden. Mensen die de rituelen leidden zouden meestal de belangrijkste mensen van de desbetreffende groep zijn geweest. Misschien is de term ‘hoogwaardigheidsbekleder’ beter op zijn plek. Omdat Tacitus hen volgens het gebruik van de Interpretatio Romana wel ‘priesters’ (in het latijn:‘sacerdotes’) noemt, heb ik deze term overgenomen en tussen aanhalingstekens gezet.

Etje, 2008

Referenties
(1) Ellis Davidson HR. Gods and myths of northern Europe. first ed. Harmondsworth, Middlesex, England: Penguin Books Ltd, 1964.
(2) Vertaling Marcel Otten. Edda. vijfde druk ed. Amsterdam, Nederland: Ambos, 1994.
(3) Vries J de. Altgermanische Religionsgeschichte. dritte Auflage ed. Berlin, Duitsland: Walter de Gruyter & Co, 1970.
(4) Sturluson S, Brodeur AG. The Prose Edda. 1916.
(5) Paxson DL. Taking up the runes. A complete guide to using runes in spells, rituals, divination, and magic. first ed. Boston, Canada: Red Wheele / Weiser, 2005.
(6) Ellis Davidson HR. Myths and symbols in pagan Europe. Early scandinavian and celtic religions. first ed. New York, USA: Syracuse University Press, 1988.
(7) Martin J. From Godan to Wotan: An examination of two Langobardic mythological texts. In: Barnes G, Clunies Ross M, editors. Old Norse Myths, Literature and Society. Sydney, Australia: Centre for Medieval Studies, University of Sydney, 2000: 303-315.
(8) Tacitus PC. The annals. 1997.
(9) Blain J. Nine worlds of seid-magic. Ecstasy and neo-shamanism in northern European paganism. first ed. London, GB: Routledge, 2002.
(10) Tacitus, vertaald door Hunink V. Het leven van Agricola. De Germanen. tweede druk ed. Amsterdam, Nederland: Polak & Van Gennep, 2006.
(11) Vilsteren VT van, Beuker JR, Bergen C, Gaedtke-Eckardt DB, Kossian R, Veil S et al. Schatten uit het veen. tweede druk ed. Zwolle, Nederland: Uitgeverij Waanders b.v., 2002.
(12) Aldhouse Green M. Dying for the gods. Human sacrifice in iron age and Roman Europe. first ed. Stroud, Gloustershire, GB: Tempus Publishing Limited, 2002.
(13) Cleene M de, Lejeune MC. Compendium van rituele planten in Europa. derde druk ed. Gent, België: Mens & Cultuur Uitgevers, 2003.

Donar

DONAR 

Denkend aan de Noordse goden en godinnen zijn er diverse namen die meteen in me opkomen. Donar is er daar zeker één van. Beschreven als een beer van een man met wild rood haar is hij een tot de verbeelding sprekende verschijning. Om zijn middel is een magische riem gegord en hij draagt de ijzeren handschoenen waarmee hij Mjollnir vasthoudt en hanteert. Een vreeswekkende vijand, maar ook een inspirerende wapenbroeder.

Donar is waarschijnlijk het best bekend als dondergod. Als hij zijn machtige hamer werpt, is dat de bliksemflits en als hij rijdt in zijn door twee bokken getrokken stijdwagen is dat de rollende donder. De Romeinen stelden hem vaak gelijk aan Jupiter en als de Grieken hem gekend hadden, zouden ze hem zeker met hun Zeus vergeleken hebben.

Donar is echter niet alleen een dondergod, maar ook een god van de oorlog. Tacitus beschrijft hoe de Germaanse stammen zijn naam schreeuwden en hem aanriepen wanneer zij ten strijde trokken. Het is een beeld dat past bij veel van de beschrijvingen die wij van hem kennen. Hij wordt afgebeeld als krijger: eenvoudig, nobel, dapper en soms hard. Hij staat altijd klaar als er gevaar dreigt: een held zonder angst en een onoverwinnelijke strijder. Hij is de onvermoeibare tegenstander van demonen en reuzen.

Hierboven is al gezegd dat de Romeinen Donar met Jupiter vereenzelvigden. Het interessante hieraan is dat Jupiter de oppergod in het Romeinse pantheon is. Men zou kunnen stellen dat door deze vereenzelviging Donar word gezien als oppergod -terwijl dat traditioneel toch de Oude is, Wodan. Nu is het echter bekend dat in bepaalde gebieden, met name Noorwegen en in het bijzonder IJsland, Donar als de eerste god werd gezien, nog vóór Wodan. De verklaring die hiervoor wordt gegeven is dat Wodan de oppergod is van centralistische, door-koningen-geregeerde maatschappijen is. In Noorwegen en IJsland, waar de samenleving (in eerste instantie) veel losser was georganiseerd, zou Wodan dan ook niet de meest logische keuze zijn. In een samenleving van individuen en krijgers is Donar met zijn kracht en moed veel meer een god om je tot te wenden. Er wordt ook wel gezegd dat Wodan de elite krijgt en Donar de boeren.

Een derde aspect is dat van vruchtbaarheidsgod. In die hoedanigheid wordt hij soms wel ‘Aardezoon' genoemd, als zoon van de aardegodin Jord. De hamer Mjollnir wordt dan een symbool voor mannelijke vruchtbaarheid. Naar mijn mening valt dit samen met het meer algemene beeld van Donar als een god die waakt over het welzijn van de gemeenschap. Vruchtbaarheid, niet alleen binnen de familie, maar ook van vee en veld, zijn van onschatbare waarde voor dat welzijn. Daarnaast kan Mjollnir ook verbonden heiligen. In die zin is Donar onder andere de beschermer van het huwelijk en van getrouwde stellen.

Thor, Dondervader, Aardezoon en strijdmakker

Maar wat betekent Thor (Donar) voor mij persoonlijk? Ik denk niet dat ik iemand hoef te vertellen hoe moeilij het is om in woorden te vangen wat iemand voor je betekent, maar ik zal het proberen.

Ondertussen alweer een tijd geleden had ik er met iemand een discussie over, of je goden met een ‘g' of ‘G' moet schrijven. Ik gebruikte altijd een ‘G'. Het was een teken van respect, iets om aan te geven dat ik het gevoel had dat ze boven mij stonden. Als tegenargument kwam dat de goden, bij wijze van spreken, ook maar mensen zijn. Het zijn vrienden en je schrijft ‘vrienden' ook niet met een ‘V'. Ik vond het een steekhoudend argument. Een van de dingen die ik zo waardeer in het Noordse pantheon is dat de goden menselijk zijn. Ze zijn niet onfeilbaar, ze hebben emoties en reageren daar op. Dat maakt ze voor mij veel tastbaarder; ze zijn makkelijker te bevatten. Ik schreef ‘Goden' echter consequent met een ‘G'. Een ‘g' gebruiken was iets wat ik moeilijk vond en onaangenaam.

Om nou aan te geven wat Thor voor mij betekent: hij is de eerste die ik vriend durfde te noemen, bij wie ik ‘god' met een ‘g' schreef in plaats van een ‘G'. Tegenwoordig doe ik dat sowieso, maar toen was het grote stap.

Ik stel me ook zo voor dat het makkelijker zou zijn om op Thor te schelden. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar wat ik bedoel, is dat Thor voor mij eerst een vriend is en dan pas een god. In mijn woonkamer staat mijn Thors hamer, Glamdring Mjollnirson (ja, ik ben Tolkien-fan en nee, mijn hamer is niet Mjollnir, dus ik noem hem ook niet zo). Ik gebruik hem met liefde en plezier voor de hamer-rite. Ook als ik een keer bang ben ergens voor, grijp ik ernaar. Het gewicht van de hamer, het gevoel van het hout van de greep, de ijzeren kop die op mijn hand rust, samen geven ze me net dat stukje rust en vertrouwen waardoor ik de moed kan opbrengen om datgeen te trotseren wat tegenover mij staat.

Thor, Dondervader

Als klein kind was ik bang voor onweer. Mijn ouders zeiden toen op een gegeven moment dat er niets was om bang voor te zijn. Ze vertelden me dat het Thor was die met zijn bokkenwagen over de wolken racete en foto's nam. Vanaf dat moment ben ik eigenlijk nooit meer bang geweest voor onweer -als kind stond ik regelmatig voor het raam tijdens een onweersbui om maar op de foto te staan- en ben ik er zelfs heel erg van gaan houden. De felle, gevorkte flits, het scherpe, scheurende geluid, of het diepe rommelen, ik kan er geen genoeg van krijgen. Nu, terwijl ik dit schrijf, kan ik niet anders dan realiseren dat hij ook toen al mijn ‘mensenvriend' was.

Thor, Aardezoon

Met het vruchtbaarheidsaspect, of met Thor als beschermer van huwelijken en getrouwde stellen heb ik tot nu toe geen persoonlijke ervaring. Wat ik er van kan zeggen, is dat het mij aanspreekt. Tijdens het schrijven van dit stuk is het nog maar kortgeleden dat ik gehoord heb van Thor als Aardezoon danwel vruchtbaarheidsgod. Ik heb er eigenlijk nooit zo over nagedacht, maar nu dat ik het weet, lijkt het mij passend. Het is iets dat goed voelt.

Thor als beschermer van huwelijken en getrouwde stellen vind ik mij makkelijker voor te stellen. Ik neem zulke dingen heel erg serieus. En als ik dan denk aan Thor als bewaker van verbonden… Laat ik het zo zeggen: ik denk dat als je een band wilt losmaken, waar Thor getuige van het smeden ervan was, je een verdomd goede reden moet hebben, omdat hij het anders niet pikt. En terecht. Zo zie ik een huwelijk. Bij het trouwen wordt vaak gezegd ‘tot de dood ons scheidt'. Wij kunnen echter niet in de toekomst schouwen en wij kunnen niet weten wat wij nog op ons pad zullen vinden. Het kan daarom best zijn dat er ooit een goede reden is om een huwelijk te ontbinden. Ik geloof niet dat Thor dat erg zou vinden, maar ik denk wel dat ‘goed' het sleutelwoord is.

Thor, stijdmakker

Op een gegeven moment was er een zwaard wat ik heel erg graag wilde hebben (het zwaard van generaal Maximus uit de film ‘Gladiator'). Via eBay vond ik iemand die het verkocht en met meer enthousiasme dan wijsheid heb ik erop geboden en het uiteindelijk gewonnen. De verkoper (een Amerikaan) had al gezegd dat hij het geen bezwaar vond om naar Europa te sturen, maar de pakketdienst was een andere mening toegedaan (iets vaags over verboden wapens, of zo). Nodeloos te zeggen dat ik uitermate gefrustreerd was toen ik dat te horen kreeg. Ik heb toen met bepaald veel overtuiging een kort ritueel gedaan om aan Thor te vragen ‘of dat dat als er een manier was om dat verdomde zwaard hierheen te krijgen, mij die manier te laten vinden'. Wat bleek nu, de broer van een hele dierbare vriendin van mij (Amerikaans) zou een over aantal weken naar Nederland komen. Desgevraagd vond hij het geen enkel probleem om het zwaard mee te nemen. Het zwaard kon toen binnen de V.S. verstuurd worden (kennelijk weer geen probleem voor de pakketdienst), waarna hij het zou meenemen op het vliegtuig als ruimbagage (geen enkel probleem voor zowel luchtvaartmaatschappij of douanae). Het duurde allemaal wat langer, maar ik heb met de broer afgesproken op het vliegveld en heb uiteindelijk dus maar wel mooi mijn zwaard gekregen.

Voor mij is Thor een strijdmakker, iemand die ik om hulp kan vragen als ik ergens voor moet of wil knokken, maar niet weet hoe, of van mezelf denk dat ik in mijn eentje de kracht niet heb. Het is wel iemand die je om hulp moet vragen bij praktische, of pragmatische, dingen. Een andere keer heb ik hem gevraagd iemand te helpen vechten tegen iets ongrijpbaars. Ik weet niet of het gewerkt heeft, maar het was anders. Terugdenkend was dat laatste ook minstens zoveel om te ontladen en niet alleen om te helpen.

Bovendien, een zwaard in handen krijgen is natuurlijk wel een heel mooi tastbaar bewijs dat iets alsnog goed terecht is gekomen.

Thor

Thor is iemand die mij heel erg aanspreekt (waarbij gezegd zij dat meer goden en godinnen dat doen). Thor is op een bepaalde manier aangenaam ongecompliceerd. Hij heeft een prettige ‘no nonsense'-manier van dingen doen. Dat is een van de redenen dat ik hem dus voor praktische dingen te hulp zal vragen. Als ik bijvoorbeeld met woorden zou worstelen, zou ik waarschijnlijk Odin om hulp vragen. Als ik mij rot voel of ongelukkig, wend ik mij tot Nehelennia. Voor bescherming van de haardplaats: Heimdal (hoewel ik daarvoor middels een hamerrite ook Thor zou kunnen vragen). En de vuurliefhebber in mij voelt zich aangetrokken tot Loki. Maar, als er ergens voor geknokt moet worden, dan wil ik Thor aan mijn zij. Thor geeft mij vertrouwen. Hij geeft mij het gevoeldat ik een kans heb.Verliezen vind ik niet erg -ja, ik baal natuurlijk, en nee, ik vind het niet leuk- maar verliezen zelf is geen ramp, zolang ik maar het gevoel heb dat ik een eerlijke kans heb gehad. Dat geeft mij de rust om te zeggen: ‘Het is klote, ik baal ervan dat het niet gewerkt heeft, maar ik heb goed gevochten. Ik heb eervol gevochten en ben strijdend ten onder gegaan'.

Daar is iets moois aan. Is dat niet een van de grote geschenken die een vriend je kan geven? Het gevoel dat je goed gevochten hebt en dat je, of je nou hebt gewonnen of verloren, met opgeheven hoofd kunt lopen?

Ik weet niet of ik zal sterven met een wapen in de hand. Ik weet niet of ik, als ik een wapen in de hand zou hebben, waardig bevonden zou worden om te vechten en te drinken in Valhalla, als einherjar. Maar ik weet wel dat als ik ooit een einherjar zou worden, ik, als Ragnarok komt, een plek dicht bij Thor zal zoeken om samen met hem te vechten.

Loki: functie en rollen.

© Aswulf, 2003

In dit artikel wil ik trachten een aantal aspecten van Loki te verduidelijken door ze los te koppelen van romantische fantasieën uit onder andere de 19e eeuw en de demoniserende invloeden van het christendom sinds het begin van de 10e eeuw te onderstrepen.

Geconfronteerd met een mythologisch figuur met de omvang en complexitieit van Loki, is de eerste vraag die beantwoord moet worden een kwestie van methodologie, of met andere woorden: "Waar moeten we beginnen?"

BRONMATERIAAL

Laten we daarom eerst naar het beschikbare bronmateriaal kijken. In tegenstelling tot bij andere goden in de noordse mythologie, kunnen tot nu toe geen archeologische vondsten meer licht op het fenomeen Loki werpen, met uitzondering van een handjevol late grafische representaties die mogelijkerwijze episodes uit het gezamenlijke Loki mythos illustreren. Evenmin als er sporen van Loki terug te vinden zijn in het corpus van romeinse teksten dat ons bekend is, zijn er referenties naar hem in de christelijke teksten die vanaf 700 over het heidendom geschreven worden.
Het bronmateriaal beperkt zich dus hoofdzakelijk tot de scandinavische liederen, gedichten en saga's. Maar ook hier is enige voorzichtigheid geboden, want slechts een aantal hiervan kan zonder enige twijfel gedateerd worden in de heidense periode. De Proza Edda van Snorri Sturlusson bevat uiteraard menige verwijzing naar Loki, maar daar deze pas tijdens de 13e eeuw opgeschreven werd, is het niet vanzelfsprekend dat het beeld dat hier gegeven wordt ook daadwerkelijk overeenkomt met het beeld dat men van Loki had in de bloeiperiode van het scandinavische heidendom.
Bij het lezen van het bronmateriaal ontstaat een beeld van een mythologisch figuur met vele, onderling tegenstrijdige, eigenschappen.1 Een volledige inventarisatie van al deze eigenschappen maakt echter duidelijk dat deze inconsistentie niet persé inherent aan de aard van Loki is, maar mogelijkerwijze een reflectie is van de verschillende tijdperken waarin de episodes geschreven zijn.
De verleiding is natuurlijk groot deze schaarse oud-scandinavische bronnen te completeren met moderne folklore en volksgeloven, des te meer daar er twee faeröese ballades bestaan met Loki als hoofdfiguur. De problematiek rondom deze benadering is zodanig2 dat wij echter deze verleiding moeten weerstaan.

ETYMOLOGIE

Een mogelijke benadering om de essentiële karaktertrekken van Loki beter te kunnen begrijpen is een etymologische analyse van zijn naam; een methode die reeds belangrijke bijdragen heeft geleverd in de analyse van andere godheden, zoals bijvoorbeeld het complex Odhinn-Wodan.
De opvallende overeenkomst tussen de naam Loki en het oud-noorse woord logi ‘vuur' heeft lang geleid tot een algemene opvatting van Loki als vuurgod, welke opvatting verder werd ondersteund door zijn gelijkenis met de griekse Prometheus. Alhoewel de vergelijking met Prometheus niet te ontkennen valt en zelfs een belangrijk element vormt voor het begrijpen van de onderliggende complexitieit van Loki, kunnen we deze etymologische verklaring vrij gemakkelijk afwijzen, daar er geen andere overtuigende elementen die in deze richting wijzen te vinden zijn in de overleverde verhalen.

Een tweede mogelijke etymologische verklaring, welke is afgeleid van het oud-noorse lūkan ‘sluiten', schetst een beeld van Loki als ‘de sluitende god, de god die het einde der wereld veroorzaakt'3 , voornamelijk door het feit dat de wereld in vuur eindigt. Deze theorie is niet alleen op de connectie tussen Loki en vuur gebouwd, maar ook op de christelijke interpretatie van Loki als een soort Lucifer, en brengt ons als zodanig niet verder in ons onderzoek. Een andere interpretatie van deze etymologische verklaring plaatst Loki in de rol van god van de onderwereld. Een zekere relatie met de onderwereld kan niet ontkend worden, getuige zijn nakomelingen Fenrir, Jormungandr en in het bijzonder Hel, maar helaas is de schaarse informatie uit de schriftelijke bronnen niet voldoende om deze relatie duidelijker te kunnen omschrijven.

GOD, REUS OF DUIVEL?

Ondanks de late optekening van de Proza Edda, waarin Snorri Sturlusson melding maakt van het feit dat Loki tot het reuzengeslacht behoort, duidt de etymologie van de namen in Loki's genealogie op het feit dat het aannemelijk is dat deze berust op een oude traditie. De meest voor de hand liggende conclusie die men hieruit zou kunnen trekken is dat Loki eigenlijk niet als een god beschouwd werd. Dit is echter een te simplistische interpretatie: de aanvoerder van de godengeslacht der Asen, Wodan, is zelf afkomstig van de reuzen. Waarom wordt Loki dan nooit volledig tot het godengeslacht gerekend?
Volgens J. de Vries4 moeten we Loki eerder zien als een combinatie van ‘culture-hero' en ‘trickster'5 . Deze hypothese biedt een aannemelijke verklaring voor de tegenstrijdige aspecten van Loki, alsmede een verklaring voor de vele subtiele parallellen tussen Wodan en Loki. Loki is dan immers de donkere helft van de ‘culture-hero' tweeling.
Sluwheid, diefachtigheid, valsheid en erotische schaamteloosheid; allemaal karaktertrekken van de ‘trickster' die eveneens op Loki van toepassing zijn. Maar een godheid van dit soort wordt vaak de slachtoffer van zijn eigen streken: de ‘trickster' lijkt te veel op de mens om zijn goddelijke status te bewaren. Tegelijkertijd met een hoger cultureel niveau ontwikkelen zich hogere en nobelere concepties van de andere goden zoals Wodan en Donar – Loki daarentegen heeft waarschijnlijk geen publieke cultus genoten, getuige het gebrek aan theofore plaatsnamen gevormd rondom het element Loki.
In zo'n situatie is het niet verbazingwekkend dat de komst van het christendom de genadesteek voor Loki betekende. Met al zijn negatieve karaktertrekken is hij de ideale kandidaat voor de heidense equivalent voor Lucifer, met wie er tevens een ongelukkig homonymie bestaat. Zijn rol in de dood van Balder is waarschijnlijk aan deze periode toe te schrijven; als Loki in de heidense tijdperk als slecht beschouwd werd hadden wij hem in een veel prominentere rol verwacht in de Ragnarok.

CONCLUSIE

De neiging om Loki als een vuurgod te zien is terug te voeren op de toevallige, etymologisch niet te verantwoorden, gelijkenis tussen Loki en logi. Ondanks de grilligheid van zijn karakter, bestaat er geen bewijs dat Loki de functie als vuurgod vervult. Ook het demonische karakter van Loki dat vooral naar voren treedt in de latere verhalen kunnen we eenduidig bestempelen als christelijke toevoegsels.
Een mogelijke benadering om de uiteenlopende aspecten van Loki te begrijpen en uit te leggen is in Loki een ‘culture-hero/trickster'5 te zien. Maar uiteraard zijn er andere mogelijkheden om deze complexe godheid te interpreteren.

 


  1. De geïnteresserde lezer vindt een uitgebreide kritische analyse van deze eigenschappen en van de individuële teksten waarin ze voorkomen in "The problem of Loki", J. de Vries, FF Communications no. 110 <terug>
  2. Voor een diepgaande discussie van deze problematiek zie:

    • "Die Bedeutung der Volkskunde für mythologische und religionsgeschichtliche Untersuchungen"
      J. de Vries, Germanisch-Romainisch Monatschrift (XX, p27-39)
    • "Contributions to the study of Othin especially in his relation to the agricultural practices in modern popular lore"
      J. de Vries, FF Communications no. 94 <terug>
  3. Handbuch der germanischen Mythologie, W. Golther, p406 sqq <terug>
  4. The problem of Loki, p271-281 <terug>
  5. culture-hero: mythologische held, specifiek aan een bepaalde culturele of ethnische groep, die de wereld verandert door ontdekkingen of uitvindingen.
    Trickster: Een god of geest die listen en streeken uithaalt of die op andere manieren de gedraags normen overschrijdt. <terug>

 

 Bronnen

  • Altgermanische Religionsgeschichte – Jan de Vries
    Walter de Gruyter & Co., Berlin 1957
  • The problem of Loki – Jan de Vries
    FF Communications no 110, Helsinki 1933
  • Handbuch der germanischen Mythologie – W. Golther
    Leipzig 1895
  • Nordisk Hedendom – Folke Ström
    Akademiförlaget, Göteborg 1997
  • La religion des anciens Scandinaves – Régis Boyer
    Payot, Paris 1981

  Verder lezen?

  • Loki – Georges Dumézil
    Wissenschaftlige Buchgesellschaft, Darmstadt 1959
  • Loki in Scandinavian Mythology – Anna Birgitta Rooth
    C.W.K. Gleerups Föörlag, Lund 1961
  • Loki – ein mythologisches Problem – Folke Ström
    Almquist & Wiksell, Göteborg 1956
  • Johannes Old Norse Page – Loki article
    http://www.luth.se/luth/present/sweden/history/gods/johannes/introduction