Tagarchief: Dingvrede

De Dingvrede

 © Aswulf, 1998

De Germanen hebben altijd een slechte PR gehad. In de tijd van de Romeinen werden ze beschreven als barbaren. Later, in de negende en tiende eeuw, zaaiden de Vikingen (die ook tot de Germanen behoorden) terreur langs de kusten van Europa. Hun naam is er niet beter op geworden in de twintigste eeuw: slechte Hollywoodfilms hebben alleen maar het stereotyp van de rovende, plunderende Viking bevestigd. Sinds de dagen van Hitler en zijn Derde Rijk worden de Germanen vaak geassocieerd met de nazifantasie van de blonde, zuivere Arische krijger. En nog heden ten dage misbruiken extreem-rechtse groeperingen onze voorouderlijke geschiedenis en mythologie voor hun lage doeleinden.

Dat de Germanen woest en strijdlustig waren valt niet te ontkennen. De grote waarde die de Germaanse volkeren aan recht hechtten is echter minder bekend. Op vaste tijden van het jaar, vaak in het voorjaar, werd een grote bijeenkomst van alle vrije mannen gehouden. Tijdens deze bijeenkomst, het ding (ON: þing), werd recht gesproken, werden conflicten opgelost en nieuwe wetten aangenomen. Maar het ding was niet alleen een rechtbank. Ook belangrijke beslissingen voor de stam, aangaande oorlog voeren, vrede of verdragen sluiten, werden tijdens het ding genomen.

Voor de Germanen waren recht en geloof nauw met elkaar verbonden. Het ding vond veelal plaats op dezelfde tijden als de grote cultusfeesten; de hele bevolking was dan immers bij elkaar. De dingplaats werd gezegend door de priester, die ook de straffen en boetes oplegde. In het midden van de dingplaats werd een heilig symbool geplaatst, oorspronkelijk misschien een speer, later een beeld van één van de goden. De beschermgod van het ding was Tīwaz, ook bekend onder de Oudnoorse naam Tyr. De dingplaats was een heilige plaats, een vredesoord waar de dingvrede (ON: þinghelgi) heerste. Het dragen van wapens was daar verboden. Deze dingvrede gold voor de gehele duur van het ding, niet alleen op de dingplaats zelf, maar ook daar buiten. Het was een onverstoorbare vrede tussen al diegenen die aanwezig waren.

In Nederland speelde het ding ook een belangrijke rol. Twee gedenkstenen, opgericht door Twentse soldaten die bij de cuneus Frisiorum (een romeinse hulptroep) hoorden, zijn in Noord-Engeland gevonden. Deze stenen dateren uit de Romeinse Tijd (ca. 222-235 na Chr.) en zijn gewijd aan Mars Thingsus. Deze Mars Thingsus, letterlijk ‘Mars van het ding’, is ongetwijfeld de Germaanse Tīwaz. Dit toont aan dat hij ook in Nederland vereerd werd en wel als god van het ding – niet alleen als god van de oorlog dat een ander aspect is van deze god.
Ook in latere tijden vinden we het ding terug. Drenthe was tot het begin van de negentiende eeuw verdeeld in zes dingspelen (enkelvoud: dingspil). Dingspelen waren administratieve indelingen, enigszins vergelijkbaar met de huidige gemeentes, die voornamelijk de rechtspraak organiseerden. In ieder dingspil werd drie keer per jaar de goorspraak gehouden, een soort rondtrekkend gerecht. Dit was waarschijnlijk een overblijfsel van het Germaanse ding. In een aantal plaatsen in Nederland werd recht gesproken onder gerechtsbomen. Misschien vervingen deze bomen de heilige symbolen van de dingplaats, of misschien symboliseerden zij de Irminzuil, ook geassocieerd met Tīwaz. En laten wij de namen van onze weekdagen niet vergeten. Dinsdag betekent namelijk niets anders dan ‘dag van het ding’ oftewel de dag die voor het ding was bestemd. Dezelfde dag draagt in de andere Germaanse talen namen die verbonden zijn met Tīwaz (Tuesday ‘Tīw’s day’ in het Engels, Tirsdag ‘Tyrs dag’ in het Noors).

Maar wat betekent dit alles voor heidenen in de hedendaagse samenleving? Recht wordt tegenwoordig door de rechtbank gesproken en politieke beslissingen worden onder andere in de gemeenteraad of de Tweede Kamer genomen. Het ding zoals de Germanen het kenden bestaat niet meer. Maar wij kunnen ervan leren en bepaalde aspecten ervan in onze omgang met anderen toepassen.

In Nederland zijn er nog niet zo veel mensen die het geloof van onze voorouders volgen, maar in sommige landen is asatru meer verspreid en bestaan er verschillende groeperingen die het ding tegenwoordig nieuw leven inblazen. In ons land is dit nog niet het geval, en het organiseren van een ding zal voorlopig op zich laten wachten. Maar er zullen evenementen georganiseerd worden waar asatruers en andere heidenen bij elkaar komen, en voor dit soort evenementen, alhoewel er geen sprake is van een ding, willen wij de regels van de dingvrede weer in ere herstellen .

Wat houdt dit in? De plaats waar de bijeenkomst gehouden wordt is een vredesoord, waar geen strijd mag plaatsvinden. Natuurlijk dragen wij geen wapens meer, maar er kan gestreden worden op andere manieren. Beledigingen en agressief gedrag, bijvoorbeeld, of racistische en discriminerende opmerkingen hebben in een vredesoord geen plaats. Mensen die geen respect voor anderen tonen worden beschouwd als verbrekers van de dingvrede en zullen dan ook verwijderd kunnen worden.

Asatru is een volwassen religie, die zeer zeker zijn plaats in deze eeuw heeft. Door onder andere de dingvrede in ere te herstellen en te respecteren, laten wij zien dat asatru niet een religie voor nostalgische zogenaamde ‘krijgers’ is, maar een geloof voor de moderne mens die eerbaar met anderen wil omgaan.

Bronnen

  • Altgermanische Religionsgeschichte – J. de Vries
    Walter de Gruyter & Co., Berlin 1959
  • Germania – Tacitus (vertaling: J. W. Meijer)
    Ambo, Baarn 1992
  • Termen van toverij – W. de Blécourt
    Sun, Nijmegen 1990
  • Heidens Nederland – J. Schuyf
    Matrijs, Utrecht 1995
  • The Viking achievement – P. G. Foote, D. M. Wilson
    Book Club Associates, London 1974