“Quinctili Vare, legiones redde!”

Deze kreet ("Varus, geef me mijn legioenen terug!") werd aan de Romeinse keizer Augustus ontlokt toen hij het nieuws hoorde dat een Quinctilius Varus drie legioenen in de pan had laten hakken in het Teutoburgerwoud. Zoals een Duitser zei: “Maar goed ook, anders hadden we nu misschien allemaal wel Latijn gesproken.”. Wie weet.

Lang was het onbekend waar precies de beruchte veldslag had plaatsgevonden. Vele plaatsen werden onderzocht, maar afgeschreven. Ondertussen is men het er redelijk over eens dat deze heeft plaats gevonden in de omgeving van Kalkriese, een verder onaanzienlijk dorp in Duitsland.

Als enthousiast heiden moet je die plaats eigenlijk toch minstens één keer gezien hebben. De Negen Werelden, op terugreis uit Denemarken, kwam zo dicht langs die plek dat we het natuurlijk niet konden laten om te gaan kijken.

Een betere timing bleek haast niet mogelijk, want bij het museum werd precies die dag de tweede van twee ‘Römertage’, Romeinse Dagen, gehouden. Op het terrein om het museum waren een Romeins en Germaans kamp opgebouwd, waar krijgers en ambachtslieden moed, kunde en waren tentoon konden stellen. Huiden, hoorns, mede!, maar ook sieraden en aardewerk boden mensen de gelegenheid om een stukje sfeer mee naar huis te nemen. Daarnaast waren er demonstraties, waarbij vooral de ruiters een voortreffelijk stukje werk lieten zien. Als je ziet wat toegewijde liefhebbers al voor elkaar krijgen – en dat was echt niet misselijk! – dan krijg je toch ineens wel een heel accuut beeld van wat de geoefende troepen in die tijd voor elkaar moeten hebben gekregen.

Het museum zelf vertelt het verhaal van de ontdekking aan de hand van anecdotes, alsof je een blik krijgt in een verslag zoals dat van dag tot dag werd bijgehouden, of misschien wel een dagboek. Het geeft een bijna tastbaar beeld hoe Kalkriese als plaats van de ‘Varusslagt’ in beeld is gekomen. Het verhaal wordt ondersteund door hapklare informatie over niet alleen de vele vondsten, maar ook de wetenschap en archeologie die daaraan ten grondslag liggen.

Toch stemt het ook tot nadenken, als je ziet dat een plek waar in elk geval tien- tot twintigduizend man, misschien nog wel meer, zijn gevallen, zolang onbekend is gebleven. Of dat één van de redenen dat men de plek kon herkennen, was dat er zo ontzettend veel botten in de grond hadden gezeten dat de chemische samenstelling van de bodem merkbaar anders was. Het kan geen kwaad om af en toe eens bij dat soort dingen stil te staan.

Ondanks deze toch wat zwaarmoedige gedachte was het een uitstapje dat door de onverwachte bonus van de ‘Römertage’ dubbel en dwars de moeite waard was. En dan vergat ik bijna nog te melden dat de mede erg lekker was!

Geef een reactie